Hoe kan een niet-geïnformeerd publiek informatie werkelijk naar waarde schatten?

watisjournalistiek

Vorige maand ontdekte ik deze campagne van de Christelijke Mutualiteit, genaamd ‘Kritisch omgaan met info’.

In een handvol webpagina’s wordt de lezer uitgenodigd kritisch om te gaan met online gezondheidsinformatie. Je consulteert best een betrouwbare bron, zo luidt de kernboodschap, en onbetrouwbare bronnen herken je aan de hand van zenderkenmerken (vb. de bron is een professor of een expert), de context (vb. de bron wordt omringd door reclame) en de boodschap zelf (vb. de bron is te mooi om waar te zijn).

Conceptueel juich ik deze campagne toe. Mensen even laten stilstaan bij de kwaliteit van online (gezondheids)informatie is een nobel en actueel doel. Sommige concrete aspecten van de campagne vind ik bovendien erg scherp; de pagina die toelicht in welke context biomedisch wetenschapsnieuws vaak tot stand komt, tekent zelfs een zeer donker plaatje over medialogica en het daarop geënte businessmodel achter wetenschapscommunicatie.

Alleen leidt deze campagne tot een fundamentelere vraag die de campagne zelf overstijgt:

Hoe kan een niet-geïnformeerd publiek informatie werkelijk naar waarde schatten?

Vertrouwen

De campagne van CM steunt voor een groot deel op herkenningspunten oftewel heuristieken. Consulteer enkel betrouwbare bronnen, ga na of de bron een expert is,  controleer of de website uitgaat van een betrouwbare organisatie, ga na of de doeleinden van de bron te goeder trouw zijn, ga na of de conclusies steunen op een betrouwbare studie en ten slotte – het nekschot-: “Luister naar je gezond verstand“. Het is dus aan de lezer zelf om de betrouwbaarheid in te schatten.

Echter, is een campagne die sterk inzet op de herkenning van heuristieken, niet bij voorbaat gedoemd om te mislukken? Die onbetrouwbare bronnen zijn namelijk ook niet van gisteren en weten verduiveld goed hoe ze hun website betrouwbaar of vertrouwd kunnen inkleden, opdat de nietsvermoedende lezer toch maar zal intekenen op zalfje X, dieet Y of alternatieve genezing Z.

Vertrouwen voor progressieve intellectuelen

Bovendien moeten we onszelf niets wijs maken en denken dat enkel laaggeschoolden vatbaar zijn voor heuristieken. Neem nu kritische actuashows zoals ‘The Daily Show‘, ‘Last Week tonight with John Oliver‘, ‘Adam ruins everything‘ of – dichter bij huis – ‘Zondag met Lubach’. Deze shows nemen binnen een zeer afgelijnde humoristische stijl en mediaformat de politieke actualiteit, maar vaak ook bredere, maatschappelijke thema’s op de korrel, zoals in onderstaand filmpje gebeurt met dieetgoeroe’s.

Deze shows spreken (vermoedelijk) een jong publiek aan dat zichzelf minstens enige maatschappelijke interesse en waarschijnlijk ook een zeker intellect aanschrijft. Ik beken: ik ben zo iemand. En ja, zelf vind ik de meeste van die shows entertainend en geloof ik zelfs wat ze vertellen. Ik geloof het, maar ik weet het niet. Ik ben geen expert in de materie waarover de presentatoren het hebben en ik heb noch de expertise noch de tijd of goesting om na te gaan in hoeverre hun show steunt op betrouwbare bronnen. Ik geloof ze, omdat het een format is die ik gaandeweg ben gaan vertrouwen. Enerzijds denk ik betrouwbare heuristieken te spotten (hier en daar een bronvermelding in beeld, zogeheten experten aan het woord), anderzijds vind ik het simpelweg een geestige show. Dat laatste is een bijzonder slechte reden om iets of iemand te vertrouwen, maar ook de ‘likability’ van een zender kan – helaas – de overtuigingskracht van een boodschap versterken.

Ook opmerkelijk is dat deze shows vooral lijken te vertrekken vanuit een progressief-liberaal waardenkader. Dat zegt echter meer over mezelf en het publiek dan over het aanbod. De progressieven hebben geen patent op deze mediaformat; ook aan de (donker)rechterzijde bestaan deze kritische actuashows. Zelfde vorm, gelijkende heuristieken, andere boodschap. Ook dat is problematisch. Programma’s als ‘Full Frontal with Samantha Bee‘ (links-liberaal) en ‘Tomi with Tomi Lahren‘ (rechts-conservatief) preken voor de eigen parochie, omdat de parochie per definitie graag hoort wat ze al gelooft. Mensen aanvaarden nieuwe informatie sneller, wanneer die informatie nauw aanleunt bij de eigen en reeds bestaande overtuigingen en waarden.

Ook dat is belangrijk voor de CM-campagne. Als je mensen zonder houvast vraagt om de betrouwbaarheid van een bron in te schatten, zullen zij die inschatting mogelijk baseren op de boodschap zelf en in hoeverre die boodschap voor hen aannemelijk is. Hoe sterker de boodschap aansluit bij de eigen overtuigingen en waarden, hoe geloofwaardiger de bron lijkt. Anders gezegd: het risico bestaat dat mensen precies het omgekeerde gaan doen dan hetgeen de CM beoogt.

(Als je tot hier bent geraakt, heb je een relatief brave, samenhangende blogpost gelezen. In de volgende paragrafen riskeer je, samen met mij, te verzanden in een epistemologische identiteitscrisis. U weze bij deze gewaarschuwd.)

Vertrouwen in instituties

De CM-campagne vertrekt evenwel van een veiliger en concreter advies: vertrouw enkel je huisarts, websites van ziekenhuizen, ziekenfondsen en overheid, en de (naar mijn smaak sterk onderbelichte) website www.gezondheidenwetenschap.be. Intuïtief lijkt dit zinvol. Als je pakweg een erkende controleur voor elektriciteitsinstallaties zoekt, zoek je die ook via een lijst met erkenningen op een overheidswebsite.

Maar ook die strategie is niet waterdicht. In een tijdsgewricht waarin het vertrouwen in institutionele actoren (gaande van de overheid, de journalistiek tot de wetenschap) maar lage scores haalt, is zo’n gezagsargument niet meer heiligmakend. Heiligverklaringen stroken sowieso maar zelden met de persoonlijke ervaring van een leek. (Huis)artsen slaan de bal al eens mis, de overheid rolt politiek gekleurd beleid uit, journalistiek is van nature wat rommelig en (biomedische) wetenschap is per definitie een proces van testen, mislukken, herdenken en bijsturen. Dus zelfs de instituties die wij, leken, zouden moeten vertrouwen, beschamen dat vertrouwen af en toe. Tenminste, zo voelt het aan, als je niet vertrouwd bent met de kenmerken, beperkingen en relativiteit van (wetenschappelijke) kennisopbouw. Omgaan met die fundamentele onzekerheid en met de beperkte radius van je eigen expertise is een aartsmoeilijke, diep-academische competentie.

Vertrouwen in jezelf

Leken zoals jij en ik beschikken niet over die competenties en verdragen geen onzekerheid. Soms nemen we de mogelijkheid tot twijfel simpelweg niet in overweging, maar ik vraag me af of het soms ook geen kwestie van angst is. Ik kan hierover maar uit eigen ervaring spreken, maar het besef dat mijn kennis over de wereld maar zeer beperkt is of steunt op een wankele en onrechtstreekse (gemedieerde) bewijsvoering, kan soms bijzonder benauwend zijn. Het schaadt het gevoel van zelfredzaamheid. Ik kan mij inbeelden dat een duidelijk, begrijpbaar verhaal – ook al is het verhaal zelf eng –  dit gepercipieerd gebrek aan zelfbeschikking kan opvullen. Geloven wat je zelf wilt geloven of wat je tenminste zelf kunt begrijpen wordt op die manier een overlevingsstrategie voor diegenen die in onze uitgesproken kennissamenleving minder sterk denken te staan.

Om die reden voelt het voor mij wrang aan om met een belerend vingertje te wijzen naar mensen die ‘wetenschap-achtige’ nieuwtjes en informatie klakkeloos voor waar aannemen en verspreiden via hun Facebookfeed. Zo’n terechtwijzing neigt naar intellectuele victim blaming en onderkent niet hoe benauwend een gevoel van onwetendheid kan zijn in onze informatiemaatschappij.

Vertrouwd

Dus nogmaals: hoe kan een niet-geïnformeerd publiek informatie werkelijk naar waarde schatten?

Misschien kan het gewoon niet.

Maar misschien kan het wel. Misschien moeten we vooral sterk blijven inzetten in sterk, wetenschappelijk gericht algemeen onderwijs. Misschien volstaat het niet om leerinhouden wetenschappelijk te funderen, maar moet ook de wetenschap erachter extra belicht worden. Misschien moeten we leerlingen en scholieren meer laten nadenken over de wijze waarop we dingen denken te weten en daarbij erkennen dat er naast evidence-based kennis, ook experience-based, social-based of intuition-based kennis is. Misschien moeten we daarbij de sterktes en beperkingen van elk type kennis toelichten, opdat ook leken tot op zekere hoogte vertrouwd zijn met concepten als kennisopbouw en geloofwaardigheid.

Ik erken wel meteen en uitdrukkelijk niet te weten in hoeverre deze zaken al gebeuren en of dit wel een goede strategie is of zou zijn. Wee mijzelf en de ondraaglijke relativiteit van het eigen weten! Ik erken ook dat we niet altijd moeten kijken naar ons onderwijssysteem om alle maatschappelijke uitdagingen aan te gaan. Ik kan nog een resem aanbevelingen verzinnen voor andere actoren zoals de professionele journalistiek, de wetenschap en wetenschapscommunicatie. Maar ook die aanbevelingen zou ik niet hard kunnen maken.

Want neen, ik pretendeer het antwoord op mijn eigen vraag niet te weten. Of beter: ik heb wel een antwoord; ik weet alleen niet of het juist is. Maar ik geloof van wel.

Ik denk iets te weten, omdat ik het wil geloven.

En dat besef valt soms zwaar.

Advertenties

One thought on “Hoe kan een niet-geïnformeerd publiek informatie werkelijk naar waarde schatten?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s