Over politici die ‘politiek’ als scheldwoord gebruiken

51geenproteststem

“De bonden doen te veel aan politiek”, kopte De Tijd vorige week (26.10.2016). Voka-topman Hans Maertens zei in een interview het volgende: “Eerst hebben we nood aan vakbonden die durven mee te denken met de bedrijven en die geen politieke betogingen of stakingen organiseren. (…) Door tegen een regering actie te voeren of te staken, profileren onze vakbonden zich al te vaak als politieke actoren.” In het interview legt Maertens ook uit hoe die vakbonden zich dan wel zouden moeten gedragen en met welke doelstellingen.

In diezelfde week berichtte ROB TV over een vrouw die in afwachting van een sociale woning in Tienen al meer dan twee maanden in een garagebox woonde. Een dag later blijkt dat de vrouw een noodwoning krijgt aangeboden in Glabbeek. Burgemeester Peter Reekmans stelt stellig: “Dit is een vrouw helpen; dit heeft niets met politiek te maken“, om vervolgens het Tiense bestuur een veeg uit de pan te geven en de ganse asielcrisis erbij te sleuren.

Nog eentje om het af te leren? “Het is een puur politiek spel tegen de opkomst van de PTB, met inhoud heeft dit niets te maken,” aldus partijvoorzitter van de N-VA Bart De Wever (De Redactie, 24.10.2016)

Bah, politiek

Wees altijd op uw hoede, wanneer een publiek figuur – hetzij een politicus, een topper uit het middenveld of een opiniemaker – zijn gal spuwt over ‘het’ politieke. Wees alert wanneer die man of vrouw het politieke spel minacht en het inhoudelijke wilt laten primeren. Daarbij speelt de politieke tegenstrever dan uiteraard het politieke spel en gaat de man of vrouw zelf uiteraard voluit voor het inhoudelijke. Dat inhoudelijke is bovendien altijd een vanzelfsprekendheid. Natùùrlijk moeten vakbonden mee durven nadenken over de toekomst van bedrijven. Natùùrlijk moet die vrouw meteen onderdak krijgen. En natùùrlijk komt CETA ons allen ten goede. De enige reden, waarom die rationele vanzelfsprekendheden niet worden omgezet in de praktijk, is het irrationeel politieke.

Politiek is dan een scheldwoord. Dat is bijzonder jammer, want politiek is in essentie (de wijze waarop we) vorm geven aan ‘het’ samenleven. En dat is een mooi iets. Het eenvoudige gegeven dat politiek überhaupt bestaat in onze samenleving, is op zich al hoopgevend. Het geeft aan dat onze samenleving beschikt over een zekere vorm van zelfbeschikking, hoe onvolkomen ook. Natuurlijk zijn er kwaliteitsverschillen tussen verschillende politieke actoren, structuren en beslissingen. Wanneer die kwaliteit volgens iemand en volgens iemands maatstaven te laag is, mag dat aangeklaagd worden. Ja, zo mag partijvoorzitter Bart De Wever opperen dat Paul Magnette zich vooral wil positioneren bij het Waalse electoraat ten koste van een supranationaal verdrag. Ja, zo mag burgemeester Peter Reekmans stellen dat mensen in schrijnende omstandigheden sneller geholpen moeten worden. En ja, zo mag VOKA-topman Hans Maertens de doeltreffendheid in vraag stellen waarop ons sociaal overleg is georganiseerd.

Al wat je zegt…

Maar dan moeten ze die zaken ‘slechte politiek’ noemen en niet gewoon ‘politiek’. Het eerste is een kwalificatie die het merk ‘politiek’ geen schade berokkent. Het laatste is een populistische heuristiek die ten koste van dat merk probeert in te spelen op het gezond verstand (hetgeen eigenlijk niet meer is dan een vertrouwd gevoel) en die de tegenpartij als onbetrouwbaar probeert voor te stellen, want awoert: de tegenpartij doet aan politiek!

En natuurlijk doet die aan politiek, net zoals de VOKA-topman aan politiek doet, wanneer hij een alternatieve vorm van sociaal overleg voorstelt. Burgemeester Reekmans doet met zijn televisieboodschap aan het Tiense bestuur ook aan (een naar mijn smaak een zeer platte vorm van) politiek. Dat Bart De Wever aan politiek doet, daar hoef ik hopelijk geen tekeningetje bij te maken. Kortom: het alternatief dat telkens wordt gesteld tegenover het laakbaar politieke, is zelf ook inherent politiek.

Politici die ‘politiek’ als scheldwoord hanteren, zijn eigenlijk per definitie nestbevuilers. Ze maken ontegensprekelijk deel uit van datgene waarvan ze zich proberen te distantiëren. Ze doen dit bovendien ten voordele van het eigen gelijk en ten koste van het merk ‘politiek’. Immers, als onze eigen politici onophoudelijk politiek als iets vies bestempelen, kunnen zij niet verwachten dat wij, het democratische lekenpubliek, vervolgens vertrouwen geven aan politieke instituties, politieke beslissingen en politieke waarden.

Tussen pot en pint

Misschien maak ik te veel drukte om iets kleins. Misschien koppel ik al te grote gevolgen aan een subtiel verschil in semantiek. Bloggers hebben doorgaans wel wat gevoel voor drama.

Anderzijds is het wel een stijlfiguur, waarvan ik op één week tijd en zonder al te veel moeite vier voorbeelden heb gevonden (nummer vier komt er nog aan). Semantische verschillen die frequent en massamediaal worden verspreid, verdienen onze aandacht.

Bovendien zijn publieke actoren niet de enigen die af en toe de politiek vervloeken. Ik hoor vrienden, familie en mezelf ook wel eens stellen dat ze niets van politiek moeten hebben, dat politiek hen niet interesseert. Als het dan plots gaat over een thema uit het eigen leven (in mijn generatie gaat dat dan pakweg over files, bedrijfswagens, kinderopvang, etc.), blijkt toch weer heel snel dat iedereen – al dan niet uitgekristalliseerd – een mening heeft. Dat klinkt dan wel eens zo: “Al dat politiek gepalaver… Als ze nu eens gewoon X zouden doen, dan is Y meteen opgelost.” Vooral die ‘gewoon’ is kenmerkend. De oplossing is evident, maar de politiek ligt in de weg.

Vergeten we dan echter niet waar politiek – nogmaals – in essentie om draait? Het samen leven organiseren doen we namelijk samen en niet iedereen deelt dezelfde vanzelfsprekendheden. Nogmaals: kritieken op slecht functionerende actoren en structuren zijn uiteraard gerechtvaardigd en nodig. Het zou naïef zijn van mij om elke trage of slechte besluitvorming enkel toe te schrijven aan het goed georganiseerde meningsverschil. Belangenvermenging, disfunctionele politieke structuren en de incompetentie van individuele politici mogen geen taboe zijn, ook niet in een debat tussen pot en pint.

Wel denk ik dat we af en toe onze eigen vanzelfsprekendheden wat meer mogen relativeren. We mogen ons ervan bewust zijn dat ons sociale netwerk grotendeels bestaat uit gelijkgezinden, dat we elk in ons eigen leventje maar weinig geconfronteerd worden met fundamenteel andere, maar onverminderd geldige standpunten en dat ‘de’ politiek precies de plaats is waar die confrontaties wél plaats (horen te) vinden.

En misschien moeten publieke actoren hun verantwoordelijkheid ten aanzien van dat prachtige merk ‘politiek’ dan ook erkennen, in plaats van het te bevuilen voor het eigen gewin.

Dat is namelijk pas slechte politiek.

Epiloog

Bah, partijpolitiek

Misschien is politiek als sociaal fenomeen zelf nog niet zo vies en is partijpolitiek dat wel. Partijpolitiek is namelijk strategie, berekening en vooral ook rigiditeit. Ik ken weinig mensen, inclusief mezelf, die volledig akkoord gaan met alle standpunten van één partij. Dat er mensen zijn die dat wel doen en dus ook als trouw lid de partijstandpunten consequent uitdragen, is verdacht. Dat kan niet, dat is niet echt, er zit meer achter, het is (opnieuw) strategie. Partijleden zijn ambtshalve bevooroordeeld en bijgevolg niet authentiek.

Maar misschien moeten we die rigiditeit ook kunnen waarderen. Het biedt een houvast in de veelheid aan standpunten en het maakt besluitvorming mogelijk. Zou ons parlementair systeem kunnen werken zonder partijen? Alleszins zou ik ook zonder partijen waarschijnlijk niet die ene man of vrouw vinden die mij voor honderd procent mag vertegenwoordigen. Kiezen zal ook dan verliezen zijn. Neen, geef mij dan maar een partij, die enerzijds wat rigide, maar anderzijds ook stabiel is. Daarenboven heb ik het geluk in een regio te leven die naar mijn smaak een divers partijlandschap aanbiedt.

Vloeken en jubelen

Er is minstens één Vlaams parlementslid dat mijn mening niet lijkt te delen. In een opiniestuk (26.10.2016, De Standaard) hekelt (ondertussen ex-Groen) parlementslid Hermes Sanctorum het mechanisme van de partijpolitiek:

“Politieke besluitvorming is al te vaak het resultaat van een hevige machtsstrijd tussen politieke partijen die op hun beurt sterk beïnvloed worden door belangengroepen. (…) Volksvertegenwoordigers mogen nog zo empathisch ingesteld zijn, in een democratie werken gekozenen onder druk van kiezers.”

Toch is zijn standpunt niet eenduidig, want in datzelfde opiniestuk spreekt Sanctorum over dat keurslijf en mechanisme van de partijpolitiek in positieve termen. Zo beschrijft hij de druk van kiezers als een gezonde democratische uiting:

“Het is ook hartverwarmend dat de afgelopen weken vele mails werden verstuurd naar parlementsleden, met de uitdrukkelijke vraag om een verbod goed te keuren. Ook vanwege moslims. Onrechtstreeks is er dus wel democratische druk.”

Daarnaast beschrijft Sanctorum hoe de meeste parlementsleden handelen vanuit een sterk empathisch vermogen én dat die empathie van voorwerp verandert langs ideologische breuklijnen:

“De ideologische verschillen tussen politici zitten vaak in hun opvatting over wie moet beschermd worden tegen wat.” Ten slotte verwijst hij naar enkele voorbeelden, waarin het parlement over de partijgrenzen heen “op basis van betrokkenheid het heft in handen durfde te nemen, wars van politieke machtsspelletjes.”

Sanctorum lijkt daarbij te wijzen op het individuele ethische besef van parlementsleden als succesfactor. Ik denk eerder dat overleg tussen (jawel) de verschillende partijen minstens een even grote voorwaarde tot slagen was. Sanctorum vervloekt en bejubelt tegelijk het principe van partijpolitiek.

Hoe dan ook: hij verliet zijn partij uit onvrede met de partijwerking (niet de inhoud) en zetelt nu als onafhankelijk parlementslid. Naar mijn mening zit hij daar zonder mandaat. De kiezers die bij de vorige stembusslag zijn bolletje hebben ingekleurd, hebben namelijk niet voor de persoon Hermes Sanctorum gestemd: zij stemden wel voor de Groen-politicus Hermes Sanctorum, die samen met zijn partij en namens de kiezers de partijstandpunten zou gaan verdedigen en, bij uitbreiding, zich binnen de partij zich zou laten horen. Door zich verkiesbaar te stellen op een lijst van een partij, is Sanctorum een sociaal contract aangegaan met wederzijdse verwachtingen.

Dat Sanctorum dat sociaal contract nu eenzijdig verbroken heeft, is jammer. Dat hij er niet in slaagt om eenduidig te verwoorden waarom hij die keuze maakte, is ontnuchterend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s