Beste bèta, kom AUB niet pootjebaden in de humane wetenschap.

 

pootjebaden

Vandaag woonde ik het slotevent bij van OASE, een project waarin de Faculteit Wetenschappen een grondige onderwijsvernieuwing doorvoerde in het eerste jaar Wiskunde en Fysica. Wie een grote lofshow vol opgeblazen valorisatie-indicatoren verwachtte, was eraan voor de moeite: zelden zag ik zo’n eerlijke en open zelfreflectie bij de voorstelling van een onderwijsproject. Ik heb veel bijgeleerd.

Daarna liep het echter bijna mis bij de videoconference van prof. Carl Wieman, Nobelprijswinnaar in de Natuurkunde. Het probleem was niet technisch van aard, wel inhoudelijk.

“Personally, I believe…”

Prof. Wieman voert de laatste jaren steeds meer onderzoek naar onderwijsvormen in natuurwetenschappelijk hoger onderwijs. Daarom was hij uitgenodigd om zijn aanpak toe te lichten. Zelf ben ik geen pedagoog, maar ik kon mij niet van de indruk ontdoen dat de Nobelprijswinnaar niet veel verder geraakte dan de toepassing van enkele basisinzichten uit de cognitieve psychologie. Bovendien kwam hij ei zo na in de problemen, toen enkele toehoorders kritische vragen stelden over de robuuste onderzoeksresultaten van zijn interventie. Van het Hawthorne-effect had de natuurkundige nog wel gehoord, maar de overweging van een mogelijk Placebo-effect vond de professor kennelijk minder relevant. In zijn woorden: of het effect nu echt is of een placebo-effect: als het maar werkt. Bij een andere vraag naar evaluatievormen liet prof. Wieman zich ontvallen dat klassieke examenvormen volgens hem minder effectief zijn dan het oplossen van geïntegreerde, real-life cases. Die lacherige ‘Personally, I believe’ werd daarbij maar lauwtjes onthaald door het publiek.

“Niet meer dan logisch”

Die laatste stelling had ik trouwens nog al eens gehoord bij de voorstelling van een ander onderwijsproject, dit keer bij de Faculteit Ingenieurswetenschappen. Zij hadden wél een rasechte pedagoog uitgenodigd, maar toen die de basisidee van het ganse project – multidisciplinair geïntegreerd onderwijs met realistische cases – op de korrel nam, antwoordde de projectleider, prof. dr. ir. Wim Dehaene ongeveer als volgt: “Er kunnen dan wel wat theoretische onderzoekjes zijn die die kritiek staven, maar het lijkt mij toch niet meer dan logisch dat de beste manier van onderwijzen het meest lijkt op de actuele werkcontext van een ingenieur”. Met de zinsnede ‘niet meer dan logisch’ herleidde prof. Dehaene de pedagogische wetenschap tot een kwestie van intuïtie en gezond verstand. Hij kwam ermee weg; het publiek knikte bevestigend.

De reden waarom de projectleider van Stem@School minder tegenkanting kreeg dan de Nobelprijswinnaar, ligt volgens mij bij het publiek. Prof. Deahene sprak op een alumni-avond een publiek vol ingenieurs toe. Prof. Wieman dacht een auditorium vol natuurkundigen aan te treffen, maar ik herkende vooral heel wat onderwijsmedewerkers van verschillende faculteiten. En dat zijn doorgaans pedagogen. En pedagogen moet je niet gaan vertellen hoe je tien jaar geleden zelf hebt ontdekt dat wetenschappelijk onderwijs ook wetenschappelijk (en dus onderzoeksmatig) benaderd kan worden.

Bèta’s op stap

Exacte wetenschappers hebben door de band genomen geen hoge dunk van gedrags- en maatschappijwetenschap. Binnenskamers – zo wordt mij verteld – vervelt die laatdunkendheid wel eens tot zuivere minachting. Toch zie je steeds vaker humaan-wetenschappelijke interesses opborrelen bij de bèta’s, vooral dan in voor hen relevante domeinen als hoger onderwijs, politiek beleid en wetenschapscommunicatie. Maar nog liever dan het gezag van pedagogen, politicologen of communicatiewetenschappers in deze materie te erkennen, gaan de bèta’s op eigen houtje humaan-wetenschappelijk onderzoek voeren. Dat is problematisch om minstens drie redenen.

Ten eerste onderschatten bèta’s de specificiteit van gedrags- en maatschappijwetenschappen. Ze denken dat hun eigen methodologische bagage volstaat om zich te handhaven in het humane. Echter, de zekerheid waarmee exacte wetenschappers zich doorgaans (althans lijken te) bedienen, is vaak niet opgewassen tegen het interpretatieve, onbetrouwbare en onrechtstreekse karakter van empirisch humaan-wetenschappelijk onderzoek.

Ten tweede lijkt ‘een bèta op stap’ vaak genoegen te nemen met een snelle, autodidactische bijscholing in de basisconcepten van een gedragswetenschappelijke discipline om vervolgens vrolijk die basisinzichten toe te passen in veldexperimenten of interventies. Zo gaan ze voorbij aan het decennialange opgebouwde corpus binnen elke discipline en specialisatie.

Ten derde verwarren bèta’s humaan-wetenschappelijke expertise wel eens met ervaringsdeskundigheid. Daarom vind je op een debatavond over wetenschapscommunicatie zelden een communicatiewetenschapper terug, maar wel een dozijn bèta-wetenschappers die een blogje onderhouden of vaak in de media komen. Daarom is ook de eerste Nederlandse professor in Wetenschapscommunicatie een wiskundige en geen sociale wetenschapper. En daarom zag ik vandaag  een Nobelprijswinnaar in de Natuurkunde zichzelf een heel klein beetje vertrappelen voor een onderwijskundig publiek.

Parallel universum

Het onderscheid tussen gewaarborgd en wannabe-onderzoek wordt zelfs nog moeilijker, wanneer die bèta’s ook nog eens gaan publiceren in wetenschappelijke peer-reviewed tijdschriften. De ‘peer review’ is voor de leek de wetenschappelijke kwaliteitscheck bij uitstek. Belangrijk is wel om na te gaan in wélke tijdschriften er gepubliceerd wordt.

Neem nu prof. Wieman, die wel degelijk al wat publicaties op zijn naam heeft staan over onderwijskundig onderzoek en tot op zekere hoogte wel lijkt te weten waarover hij het heeft. Echter, tijdschriften als ‘Microbe’, ‘Physical Review’ en ‘International Journal of Modern Physics’ zijn nu niet bepaald pedagogische toppers. De peer review wordt daar waarschijnlijk niet uitgevoerd door onderzoekers met (in dit geval pedagogische) expertise. Dat is gevaarlijk. Zo dreigt er een parallel universum te ontstaan van onbetrouwbaar tot barslecht humaan-wetenschappelijke publicaties in exact-wetenschappelijke tijdschriften. En zo komt een onderzoek tot de conclusie dat het dragen van een fietshelm leidt tot meer risicovol verkeersgedrag. Dat de onderzoekspopulatie n=1 was, met name de onderzoeker zelf, is daarbij bijzaak.

Wees welkom!

Als u, beste lezer, zelf zo’n vervloekte bèta bent, begrijp me dan niet verkeerd. Exacte wetenschappers met interesse in de wondermooie, maar o zo complexe wereld van de gedrags- en maatschappijwetenschappen zijn meer dan welkom! Tot op zekere hoogte steunt onze empirische methodiek inderdaad op dezelfde basisprincipes.

Maar als u in het diepe springt, spring dan ook helemaal en verdiep u van kop tot teen in de materie zoals elke zelfrespecterende onderzoeker dat doet. Kom alstublieft niet pootjebaden in onze mooie wetenschap. U doet er meer kwaad mee dan goed.

2 thoughts on “Beste bèta, kom AUB niet pootjebaden in de humane wetenschap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s