Onafhankelijk is niet per se neutraal (en geplooid papier is niet per se een krant)

betuttelingsindexDaar lag hij. Geplooid, bepoteld door God weet wie en klaar om het online nieuws van gisteren te herkauwen. Hoewel: op pagina zes van de Metro las ik vandaag iets wat ik nog niet wist, nl. dat België nipt de top tien haalt van de betuttelingsindex en dat dat een slechte zaak is.

Die rangschikking volgt uit de ‘Nanny State Index’, waarbij de Britse denktank Institute of Economic Affairs het beleid van Europese landen inzake eten, drinken en roken evalueert. Hoe strenger de regelgeving en hoe hoger de ‘zondetaksen’ (sic), des te hoger een land op de index scoort.

Toppie.

Alleen weet een beetje journalist dat persberichten van zogeheten denktanks altijd de nodige scepsis verdienen. Eigenlijk geldt dat gewoon voor elk persbericht, maar berichten van denktanks, onafhankelijke platformen of (nucleaire) fora behoeven toch echt wel die extra korrel (jodium)zout.

Neutraal / Brutaal

Het ‘Institute of Economic Affairs’ typeert zichzelf als een onafhankelijk onderzoeksinstituut. Het onderhoudt namelijk geen formele politieke banden en ontvangt enkel vrije giften van mensen, groepen of organisaties. Laat ons even naïef wezen en inderdaad stellen dat het instituut geen politieke uitlopertjes heeft en inderdaad niet beschikt over structurele financieringskanalen. Wat betekent die ‘onafhankelijk’ dan? Welk effect wordt er met die zelfverklaarde kwalificatie beoogd? Door de onafhankelijkheid te benadrukken probeert de organisatie waarschijnlijk een aura van neutraliteit te creëren, hetgeen op zijn beurt de geloofwaardigheid kan versterken. Nochtans is neutraliteit geen logisch gevolg van onafhankelijkheid. Oh neen, integendeel: het IEA heeft een glasheldere missie:

(…) we promote the intellectual case for a free economy, low taxes, freedom in education, health and welfare and lower levels of regulation. The IEA also challenges people to think about the correct role of institutions, property rights and the rule of law in creating a society that fosters innovation, entrepreneurship and the efficient use of environmental resources.

Een onderzoeksinstituut dat vertrekt van zo’n expliciet en inhoudelijk vaststaand uitgangspunt, kan simpelweg niet op geloofwaardige wijze aan onderzoek doen. Of toch zeker niet op verrassende wijze. Het mag dan ook niet verbazen dat het instituut uitpakt met een “Nanny State Index” in een brutaal persbericht. Zinsneden als ‘the most meddling country’, ‘excessive regulation and punitive sin taxes’ en ‘paternalistic laws’ verwacht je nu eenmaal niet in een sereen onderzoeksrapport. Of wat te denken van deze uitsmijter:

“(…) the results make depressing reading for those of us who want the government to keep out of our private lives. Unless you are a teetotal, non-smoking vegetarian, my advice is to go to Germany or the Czech Republic this summer.”

Zelfs de naam van de index zelf (‘Nanny State’) neemt bij voorbaat een duidelijk standpunt in. In het Verenigd Koninkrijk durft men al wat platter uit de hoek te komen, maar werkelijk alles aan dit persbericht schreeuwt bevooroordeeldheid uit. En toch achtte een redacteur bij de Metro het opportuun om deze propaganda klakkeloos over te nemen in het grootste gratis dagblad van België.

Ik herhaal: toppie.

Verbonden

Is onafhankelijkheid dan een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde voor neutraliteit? Bestaat onafhankelijkheid in deze context wel? Ik denk van niet. Niemand kàn onafhankelijk zijn. Wij zijn sociale wezens en wij zijn onherroepelijk met elkaar verbonden in familiale, vriendschappelijke, professionele en maatschappelijke verbanden, conventies en verwachtingspatronen. Sociale onafhankelijkheid bestaat niet*. Jezelf bewust zijn van die horizontale en verticale sociale verbondenheden en daar zo goed en zo kritisch mogelijk mee omgaan; dat bestaat wel.

Bovendien is zo’n bewustzijn ook uitermate belangrijk. Neem nu de Metro-redacteur in kwestie. Zo kan die zich maar beter bewust zijn van de sociale relatie tussen hem als redacteur van een nieuwsmerk, en organisaties als het IEA die via persberichten goedkoop invloed proberen uit te oefenen. Hij moet zich bewust zijn van de relatie tussen hem en die honderdduizenden dagelijkse Metrolezers. Het is belangrijk dat hij de impact van die relatie begrijpt. Dat, zelfs als niemand zijn schrijfsel serieus zou nemen (want ach, het is toch maar de Metro), dat de essentie van het bericht meer dan waarschijnlijk wel gaat blijven plakken. Dat dat zijn verantwoordelijkheid is. Dat het nu ook aftellen is totdat een lokale politicus aan de rechterzijde in alle ernst zal verwijzen naar deze ‘Nanny State Index’.

Plooi

Misschien is hij zich vooral bewust van de relatie tussen hem en zijn werkgever, die hem vooral beloont voor het uitbraken van sappige berichten en iets minder voor een bescheiden, maar kritisch bronnenonderzoek. Misschien is die werkgever eigenlijk niet echt bezig met journalistiek, of zelf niet eens met nieuws maken, of zélfs niet eens met nieuws verspreiden. Want net zoals onafhankelijkheid niet automatisch neutraliteit inhoudt, zo vormt een bundel geplooid papier evenmin automatisch een nieuwsproduct.

Soms plooit de krant voor iets heel anders dan journalistiek.

 

*Om gelijkaardige redenen verliest voor mij ook het concept neutraliteit aan betekenis. Een bijzonder interessante lap tekst hierbij is deze bijdrage van Gerard Smit over de paradox van journalistieke objectiviteit. Het moge duidelijk zijn dat ik de tweede benadering op objectiviteit volg in zijn betoog.

 

One thought on “Onafhankelijk is niet per se neutraal (en geplooid papier is niet per se een krant)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s