Bekentenis van een digital native
Eerst even dit
Lang, lang geleden hoorde ik in een bus twee meisjes het belang van een gsm bediscussiëren. Meisje 1 was reeds in het bezit van een mobieltje; meisje 2 had kennelijk geen nood aan permanente bereikbaarheid. Althans NOG niet, want, zo redeneerde meisje 1:”Je hebt dat wel nodig; je weet het alleen nog niet.” Ik vond dat een rare redenering…
De bekentenis
Ik beken. En dat is niet zonder risico. Mijn imago dat ik via deze blog probeer uit te dragen, staat op het spel. Ik verkoop mezelf als een jonge onderzoeker in het vakgebied ‘journalism studies’, al ligt het zwaartepunt vooralsnog bij ‘jong’. Ik ben een kind van mijn generatie en dat laat ook zijn sporen na in mijn nieuwsconsumptiepatroon. Groot was dan ook de ontstentenis bij mijn vorige chef, toen hij de lacune in mijn mediamix ontdekte. Ik lees namelijk (hier komt-ie dan) geen krant. Voilà, ’t is eruit. Geen abonnement, ook geen exemplaartjes uit de losse verkoop, geen weekendbijlagen of gratis cd’s, niets. Oké, ik stem elke dag wel af op het televisiejournaal en af en toe bekijk ik wel eens een heruitzending van Reyers Laat, Koppen of Panorama via VRT’s Videozone. Overdag volg ik de radiobulletins wel en ook De Ochtend van Radio1 durf ik wel eens mee te pikken. Op de trein naar mijn vorige werk nam ik dagelijks de Metro ter handen, dat is dan weer ‘snelnieuws’. Ook de Humo en de Zondagskrant neem ik bij de ouders wel eens door. En ja, online blader ik dagelijks door een resem nieuwssites, laat ik mij Twittergewijs leiden naar interessante nieuwsberichten door een ploeg zelf uitgekozen gatekeepers en amuseer ik mij met ‘beroemde en bizarre’ weetjes via Facebook. Maar ik lees geen krant. Die Heilige Krant. Geen dode bomen voor mij. Doodzonde.
Gehandicapt
Verscheurd door de gedesillusioneerde puppyblik in de ogen van mijn vorige chef (dit is trouwens niet de reden waarom ik reeds een andere werkgever dien) heb ik dan toch maar besloten mij te abonneren op een krant. Let wel, op persoonlijk vlak voelde ik mij geenszins tekortgeschoten in mijn informatievoorziening. Ik was met alles ‘mee’ en bediscussieerde vrolijk de actualiteit met vriend en vijand zonder mij ooit gehandicapt te voelen in mijn papierloze leventje (in het Frans zou ik een sans-papiers zijn, maar dan wel de enige met een blog). Ik heb weinig gemerkt van de meerwaarde die mijn gesprekspartners hebben genoten van diepere analyses, die zogezegd enkel in de kranten terug te vinden zijn. Ik voelde mij nieuwsgewijs volkomen ‘gratified’. Neen, de beslissing voor een krantenabonnement kwam er net zoals mijn Twitteraccount puur beroepsmatig. Als jonge onderzoeker in journalism studies kan ik het niet maken om de krant naast me neer te leggen, ook niet onder het mom van een specialisatie in online nieuws. Anderzijds mag ik als onderzoeker ook niet ontkennen dat de krant stilaan een andere rol inneemt in de mediamix van de jongere generaties. Ik ben daar zelf geen bewijs van, hoogstens een pijnlijke illustratie.
De heilige krant
Ik ben nu sinds kort geabonneerd op DeMorgen. Mijn keuze is niet ingegeven door mijn eerder linksige achtergrond (alle journalisten zijn toch vuile linkse ratten!!) of door journalistiek-inhoudelijke redenen. Ik vind het eenvoudigweg vormelijk de tofste krant (de website ook overigens). Gebruiksvriendelijkheid is belangrijk voor mij, daar moet ik niet flauw over doen. Op het werk ligt DeStandaard overigens al op mij te wachten in de koffiekamer. Bij mijn eerste stapjes als krantenlezer kan ik alvast twee bevindingen meegeven. Ten eerste is de krant lezen een gewoonte die nog geen stevige plaats heeft veroverd in mijn bioritme. Dat is geen te onderschatten probleem. Elk element uit mijn mediamix past prima in mijn dagplanning en nu moet ik die krant daar nog ergens zien tussen te wringen. Wat dat betreft ben ik zo mogelijk een nog grotere autist dan pakweg Yves Leterme. Momenteel vul ik de verloren momenten op: in de trein, in het wassalon, tijdens het middageten,… Noem het een overgangsregeling. Ten tweede is een krant lezen intensiever dan eender welke nieuwsconsumptie uit mijn oude mediamix (langere artikels dan online, minder lean-back als tv), maar de behoefte aan die langere stukken groeit naarmate ik ze lees. Op zich allemaal verschrikkelijk logisch, maar zie daar de driedubbele drempel der drukpersen (alliteratie ahoi!). De krant is gewoonweg geen gewoonte meer: zowel praktisch (ze heeft geen plaats in mijn dag) als psychisch (ik ben het niet gewend om elke dag zulke lappen tekst erbij te nemen) als motivationeel (ik heb er geen behoefte aan). Eens de drempel voorbij weet je pas waarom het de moeite waard is. Niets meer dan klassieke marketingleer dus. Kranten lezen kan enkel een gewoonte worden als je er ‘gewoon’ aan begint. Meisje 1 had het wel degelijk bij het rechte eind.




Trackbacks